Een eerste proefvaart met rampzalige afloop
Tal van klachten werden door de emigranten ingebracht over voeding en drinkwater, de rijst was in den regel slecht bereid, ongaar of aangebrand, de als toespijs verstrekte deng deng stonk, velen hadden eenvoudig honger en dorst te hebben geleden. Ook deden zij bezwaren gelden tegen de wijze waarop hun 't voedsel en drinkwater werd verstrekt. 't Voedsel namelijk in een mandje en 't water in een blikken ketel voor tien hunner tegelijk.
Bovenstaande passage is een citaat uit het verslag van de Agent-Generaal van het Immigratiedepartement van Suriname die zich op 22 juni 1894 aan boord van het stoomschip Voorwaarts begaf voor een eerste inspectie. Dit schip was kort daarvoor in Paramaribo aangekomen met een grote groep Javaanse contractarbeiders.
Het stoomschip de Voorwaarts van de Stoomvaartmaatschappij Nederland was gecharterd om de 614 bestelde arbeiders van Java naar Suriname te vervoeren. Het schip, van 2029 ton, voer onder kapitein C. Koning. Als scheepsarts was de arts C.P. Langeveld aangesteld. Op negentien april werden te Semarang de eerste Javanen ingescheept om vervolgens door te varen naar Tandjong Priok waar vanaf twintig april de volgende groep aan boord zou gaan.
Op negenentwintig april kon het schip eindelijk van Java vertrekken. Toen het schip op zestien juni in Suriname aankwam waren er nog maar 582 migranten in leven. Onderweg waren vijfentwintig mannen, zes vrouwen en één kind overleden. Het schip werd bij aankomst zoals gebruikelijk was direct in quarantaine gesteld te Nieuw Amsterdam en de quarantainegeneesheer stelde de Agent-Generaal op de hoogte van het grote aantal zieken. Na aankomst van het schip was meteen duidelijk dat er iets ernstig was misgegaan.
In totaal stierven tweeëndertig migranten tijdens de reis en moesten 250 Javanen bij aankomst in het Militair Hospitaal worden opgenomen. Van dezen stierven er nog eens eenendertig waardoor het sterftepercentage uitkwam op meer dan tien procent. Een sterftepercentage dat de gemiddelde sterfte aan boord van slavenschepen evenaarde. De reis staat in de annalen dan ook bekend als de rampspoedvaart
.
Javaanse migranten in het Depot te Paramaribo, 1894
Wat is er mis gegaan aan boord van de Voorwaarts? Hebben de betrokkenen bij dit vervoer - de Nederlandse regering, de Nederlandse Handelsmaatschappij, de Agent-Generaal van het Immigratiedepartement te Suriname en de scheepsarts en gezagvoerder van de Voorwaarts - zich voldoende ingezet voor een goed verloop van de reis? Heeft het rampzalige verloop van de reis consequenties gehad voor die betrokkenen? De antwoorden op deze vragen zijn te vinden in de briefwisselingen van de Agent-Generaal in Suriname, de NHM op Java, de Nederlandse Minister van Koloniën en in de Koloniale Verslagen.