Een rampzalige vaart

  • Home
  • Geschiedenis
  • Archieven
  • Contact

Vindplaats

    Nationaal Archief Suriname

    Archief Immigratiedepartement

    Invnr. 20: Ingekomen- en minuten uitgaande stukken 1894

    Betreft: Verslag van de Agent Generaal der immigratie aan de NHM van het onderzoek aan boord van het ss Voorwaarts na aankomst van dat schip te Paramaribo.

Aan de Nederlandse Handelsmaatschappij

Paramaribo 22 juni 1894

Aan de NHM

(..)

Eén en ander gevoegd bij het bericht van den quarantaine geneesheer dat zich een groot aantal zieken aan boord bevond, noopte mij nog voor de ontvangst en t onderzoek der stukken, bedoeld in art 4 van t Koninklijk besluit van 22 maart 1872 no 27GB mij op 17 juni aan boord te begeven vergezeld van den geneeskundig inspecteur en van de tot het instellen van 't onderzoek aangewezen geneesheeren.

In het hospitaal trof ik een 40tal zieken aan in, over het algemeen ellendigen toestand. In het hospitaal heerschte een ondragelijke stank. De zieken lagen ongedekt, enkelen geheel naakt op den blooten grond. Nergens was er een brits te bespeuren. Een langwerpig houten bak zonder deksel diende als latrine. In overleg met de mij vergezellende deskundigen werden dadelijk maatregelen genomen ter evacuatie der zieken en dienzelfden dag 50 zieken naar het militair hospitaal gezonden, er bleek namelijk later dat zich ook buiten het hospitaal nog zieken onder de emigranten bevonden.

De geneesheer aan boord deelde ons mede dat hij bijna gedurende de hele reis en vooral gedurende het laatste daarvan zeer veel zieken had gehad, ofschoon er geen epidemie had geheerscht.

Hij had evenwel geen deminste aantekeningen, waaruit kon blijken van de behandeling en het ziekteverloop. Alleen bij overlijden wer er eene verklaring opgemaakt, waarin de vermoedelijke oorzaak van den dood werd vermeld. Het scheepsjournaal vermeldde dan nog dat ’t lijk over boord was gezet, en dat was alles.

In het hospitaal waren geen ziekenoppassers, de mandoer assisteerde den geneesheer als tolk, daar was geen gelegenheid tot afzondering, mannen en vrouwen waren niet gescheiden. De namen der lijders wist men mij niet dadelijk op te geven. De gezagvoerder verklaarde dat de inscheping volgenderwijs had plaatsgevonden. Te Semarang had men zich eenvoudig er toe bepaald het getal der ingescheepten op te noemen, met den gezagvoerder overhandigden staat waren zij niet vergeleken. Evenmin was dit geschied met de te Batavia geëmbarkeerde immigranten, de staat waarop hun namen en de verdere hen betreffende bijzonderheden voorkomen was den gezagvoerder eerst hij zijn vertrek aan den wal ter hand gestelde dus 4 a 5 dagen nadat de eerste en grootste ploeg emigranten aan boord was gebracht.

Ook na de inscheping waren de geëmbarkeerden niet vergeleken met die staten, de gezagvoerder zeide dat dit toch tot niets zou leiden, daar de Javaan telkens van naam verandert. Nog deelde de gezagvoerder mij mede te weten dat de hem te Batavia ter hand gestelde staat niet accoord kon zijn, vermits daarop de namen van 4 kinderen tussen 2 en 10 jaar ontbraken en der persoon, die de laatste 9 migranten aan boord bracht, hem zeide dat een der migranten wiens naam op de lijst stond, gedeserteerd was zoodat in plaats van 9 immigranten, die hij moest overnemen, hem slechts 8 werden overgegeven.

Wat die staten zelve betreft, daarop worden gemist, de namen en de juiste leeftijd der kinderen, de emigranten hebben geen doorlopend nummer, evenmin blijkt in hoeverre zij tot dezelfde familie behoren. Ook waren de immigranten niet voorzien van een nummerplaatje corresponderende met het nummer van inschrijving op de lijst.

Geneesheer en gezagvoerder beiden lieten zich zeer ongunstig uit over de te Semarang ingescheepte immigrantenonder wie sterfte op reis dan ook veel heviger .. is dan onder die te Batavia geëmbarkeerd volgens den geneesheer waren in der de Semarang ingescheepten wel 50 die hij niet zou hebben goedgekeurd, de gezagvoerder zeide dat hij dadelijk de opmerking maakte, dat een goed deel hunner 't eind van de reis niet zoude zien.

Naast 't over 't algemeen slechte gehalte der op laatst genoemde plaats geëmbarkeerde emigranten schrijven geneesheer en gezagvoerder beiden aan 't lange verblijf te Tandjong Priok en de daar opgedane Malaria kiemen, der ongunstigen gezondheidstoestand gedurende de reis, toe.

Bij de inspectie op 18 juni bleek 't getal latrines, 2 voor de mannen elk met 2 bril af.. en 1 voor de vrouwen veel te gering. Voor een goed deel is 't wellicht hieraan te wijten, dat, zoals de gezagvoerder verklaarde 't dek en tusschendek niet was schoon te houden en de emigranten overal hun behoefte deden. (..) faeces in het lokaal waar de proviand was opgeslagen.

Zoowel in het voor als achtertusschendeks voor logies bestemd, heerste een onfrisse lucht, wat 't tussendek betreft hoofdzakelijk toe te schrijven aan onvoldoende ventilatie en de nabijheid der provisiekamer, waaruit de daar opgeslagen deng deng een zeer onaangename lucht als van rottende eetwaren verspreidde..

De deng deng werd door de mij vergezellende deskundigen afgekeurd en t verder gebruik daarvan ontraden.

De overige provisie werd goedgekeurd, meer bezwaar hadden deskundigen tegen den hoogst onvoldoenden voorraad chinegesche en okstretische instrumenten en enkele medicamenten die in slechte conditie verkeerden of waarvan de samenstelling den geneesheer aan boord niet bekend was gemaakt.

Tal van klachten werden door de emigranten ingebracht over voeding en drinkwater, de rijst was in den regel slecht bereid, ongaar of aangebrand, de als toespijs verstrekte deng deng stonk, velen hadden eenvoudig honger en dorst te hebben geleden. Ook deden zij bezwaren gelden tegen de wijze waarop hun 't voedsel en drinkwater werd verstrekt. 't Voedsel namelijk in een mandje en 't water in een blikken ketel voor tien hunner tegelijk.

Het bleek dat omtrent de rijs en t onvoldoende rantsoen drinkwater eens geklaagd was en toen bij onderzoek de klacht gegrond was bevonden, de emigranten beweerden later niet meer geklaagd te hebben, omdat de eerste klacht tot niets geleid had.

De gezagvoerder gaf te kennen dat hij dikwijls bij de uitdeleing der rantsoenen tegenwoordig was, dat er nu niet geklaagd werd, hij geen reden had te veronderstellen dat men ontevreden was, alsof niet dagelijks door hem en den geneesheer de voeding had moeten gekeurd worden. De geneesheer meende dat hij zich alleen met de zieken te bemoeien had. Het was hem wel eens opgevallen dat het bij de keuken onaangenaam rook, maar hij had zich daarmee niet ingelaten daar hij niet bekend was met de voeding der Javanen.

De gezagvoerder verklaarde dat hij vroeger nooit emigranten had overgebracht en de geneesheer dat hij vroeger nooit een voet op Java had gezet.

De gezagvoerder beklaagde zich over gebrek aan instructies. In plaats van, zoals op de schepen die uit Britsch Indië, emigranten overvoeren de koelies te verdelen in groepen onder een .. hoofd, onder hen koks en vuilopruimers aan te stellen, was de gezagvoerder eerst nadat hij enige dagen op reis was, tot de ontdekking gekomen, dat zich onder de ingescheepten, twee mandoers bevinden van een van welke hij beweerde later veel dienst te hbben gehad, ofschoon juist dezen zijnde de maleische mandoer ernstige bezwaren deed gelden tegen de aan de emigranten verstrekte rantsoenen.

Het aantal zieken thans reeds in het Militair Hospitaal opgenomen bedraagt tot heden 125 hoofden waaronder tal van lijders aan beri beri en een enkele zoo uitgeput en vermagerd dat hij een volmaakt beeld van een skelet te zien geeft.

Zeer velen onder de emigranten zagen er bij de ontscheping onzindelijk, zwak en ziekelijk uit, de klacht over gebrek aan zoet water tot reiniging gedurende de reis was algemeen. Van de naar het Militair Hospitaal geëvacueerden overleden tot heden acht personen, velen onder de aldaar verpleegden zullen vrees ik, niet kunnen worden toegewezen.

Hetgeen ik hierboven de eer had u mede te delen, werd door mij ter kennis gebracht van der Procureur Generaal, terwijl ik een afschrift van mijn proces verbaal der inspectie den Gouverneur toezend. Een en ander leidde mij ertoe vooralsnog bezwaar te maken tegen de afgifte van het Certificaat bedoeld bij art. 5 der Charterpartij. Ik mag hier nog bijvoegen, dat het verblijf in het depot een gunstigen invloed schijnt te hebben op de immigranten en deze al nu reeds beter beginnen uit te zien.

Per flotte teeken ik hierbij nog aan dat onder de mij bij .. missive van 28 april toegezonden stukken evenmin als onder die, welke in de houten kist, mij door den gezagvoerder overhandigd, zich bevonden, voorkomt het certificaat van gezondheid, der te Batavia ingescheepte emigranten, vermeldende tevens dat zij geschikt zijn bevonden tot het verrichten van veld of fabriekarbeid; wel trof ik daartoe betrekkelijke aantekeningen aan in den staat van de te Semarang ingescheepte migranten.

Ik heb het mijn plicht geacht u het bovenstaande omstandig mede te delen. Het zal wel niet nodig zijn te zeggen dat ik niet wens geacht te worden als juist aan te nemen de vooronderstelling van den gezagvoerder en de geneesheer welke ten doel kan hebben eigen fouten en tekortkomingen te bedekken.

De Agent Generaal