Extract uit den brief van den Agent van de Factorij der NHM
dd Samarang 14 september 1894
Zoals U bekend is werden de hier ingescheepte immigranten voor het grootste gedeelte althans, aangeworven in de residentie Soerakarta, alwaar zij ten overstaan van den waarnemend resident van dat gewest de contracten hebben getekend en het hun toekomende handgeld gedeeltelijk hebben ontvangen. De keuring van deze lieden heeft plaats gehad te Soerakarta door den officier van Gezondheid der 2e klass Dr. W. Pauw.
Ten einde zo goed mogelijk te kunnen constateren dat de door deze geneesheer goedgekeurde personen ook werkelijk werden ingescheept en gedurende de weinige dagen voor de inscheping geene verwisseling van enige der goedgekeurde emigranten tegen minder valide individuen had plaats gehad, werden van de goedgekeurde personen, onmiddellijk na de keuring, in groepen van 20 tot 25 man, photografiën genomen. Het aantal der aldus gephotografeerde personen bedroeg 281, waarvan zich echter later, voor het passeren der contracten ééne vrouw heeft teruggetrokken.
De later aangeworvene en gekeurde 11 personen zijn niet gephotografeerd omdat deze met de hier aangenomen 39 emigranten de door de heer Soesman te leveren suppletoire 50 adults moesten completeren en er voor het nemen van photografiën dezer personen geen tijd meer was, althans niet om de photos tijdig gereed te krijgen om ze daarmede bij de inscheping te confronteren.
De hier ter plaatse aangeworvene 39 emigranten zijn gekeurd door den eersten stadsgeneesheer dr. Hijmans van Anrooij. Daags voor de inscheping zou plaats hebben werden de te Soerakarta aangeworvene personen hier met den laatsten trein aangevoerd en onder politietoezicht in een aan het zeestrand ledig staand woonhuis geherbergd.
Den volgenden morgen had de inscheping in prauwen en op een der havenbootjes aan den kleinen boom plaats en wel onder persoonlijk toezicht van mijnen eersten Geëmployeerde S.E. Toens en den geëmployeerde J. van Gilse benevens een mijner vertrouwde klerken.
Deze inscheping geschiedde volgender wijs:
In de allereerste plaats werden de te Soerakarta aangeworvene emigranten voor zoover deze nl. waren gephotografeerd, allen zonder uitzondering door Uwe evengenoemde geëmployeerden persoonlijk met de photografiën geconfronteerd, en volgens hunne verklaring zijn de op de photografiën voorkomende personen, met uitzondering van vorenbedoelde eene vrouw, ook werkelijk ingescheept.
Nadat de emigranten met de van hen gemaakte portretten waren vergeleken, werden hunnen namen volgens den signalementsstaat, met nummer één beginnende (...)
Bij het aan boord komen der emigranten zijn deze niet verder opnieuw met den signalementstaat vergeleken, daar dit bij de inscheping in de prauwen aan den kleinen boom reeds was geschied en de prauwen onder toezicht van voornoemde heeren onverwijld naar de Voorwaarts zijn gesleepte en er dus van verwisseling van personen onder weg wel geen sprake kon zijn.
De verklaring van de kapitein als zou men zich alhier er toe bepaald hebben het getal ingescheepte emigranten op te nemen zonder hen met den hem overhandigden staat te vergelijken is blijkens het vorenstaande dus niet juist en evenmin zijne bewering dat hem bedoelden staat eerst vier of vijf dagen na de inscheping zoude ter hand gesteld.
Met het toezicht op de werving of liever met de behandeling der zaken welke op de werving der emigranten voor Suriname betrekking hadden, was speciaal belast mijn eerste geëmployeerde S.E. Toens, die, zoals ik hierboven reeds aantekende, persoonlijk bij de expeditie en het embarkement der migranten in de prauwen tegenwoordig is geweest. De door hem verkregen indruk aangaande den gezondheidstoestand der emigranten bij inscheping, was, dat zoals de photografiën trouwens ook aantonen, over het algemeen flinke gezonde mensen waren aangeworven. Ook de indruk dienaangaande verkregen door de andere personen, die bij de inscheping tegenwoordig waren, was gunstig. Bovengenoemde heer Trousset, door mij naar den door hem verkregen indruk der emigranten gevraagd, deelde mij mede dat deze niet ongunstig was en dat de per s.s. Voorwaarts verscheepte emigranten er niet minder uitzagen dan alle andere die successievelijk van hier uit naar Deli zijn geespediëerd.
In antwoord op mijne vragen of de gezagvoerder en de geneesheer zich zeer ongunstig over de hier ingescheepte emigranten hadden uitgelaten, of de geneesheer had verklaard dat onder hen wel 50 waren die hij niet zou hebben goedgekeurd en of door den gezagvoerder de opmerking werd gemaakt dat een goed deel der hier ingescheepte emigranten het eind van de reis niet zouden zien, werd mij door de Heren Trousset, Soesman, van Gilse en Mayer medegedeeld, dat gezagvoerder en geneesheer zich omtrent de emigranten wat gezondheidstoestand van dezen betreft, tegenover hen hoegenaamd niet hebben uitgelaten. De indrukken door den heer Soesman den Geëmployeerde van Gilse en de Klerk Mayer verkregen aangaande den gezagvoerder waren gunstig. Hij maakte den indruk een kalme gemoedelijke oude heer te zijn. Den geneesheer hebben zij nauwelijks gezien en niet gesproken, evenmin de stuurlieden zodat zij over hen niet kunnen oordelen.
De emigranten waren bij inscheping gekleed in resp. voorzien van de volgende nieuwe uniforme kledingstukken en benodigdheden t.w. elke man een baadje, een korte broek, een kain en een hoofddoek benevens een half-wollen deken, elke vrouw een baadje, een sarong, een kemben (borstlap) en een slendang benevens een halfwollen deken.
Voorts had bijna elke emigrant behalve voormelde kledingstukken en deken, een pak bij zich inhoudende andere behoeften als een tikar, hoofdkussens enz. of zij in bedoeld pak ook hunne reeds gedragen kleren medevoerden werd niet geconstateerd.
Wat de inrichting van het schip in verband met het doel waarvoor het gecharterd was betreft, hiervan hebben de personen die hier aan boord zijn geweest weinig gezien daar zij kort na de inscheping der emigranten het schip hebben verlaten, zodat zij hieromtrent moeilijk een goed oordeel kunnen vellen.
De Heer Soesman heeft van de aanstaande verblijfplaatsen der emigranten aan boord alleen gezien de plaats, waar zich vroeger de salons en hutten voor de eerste klasse passagiers hebben bevonden. Deze ruimte maakte op hem een zeer gunstigen indruk en hij oordeelde ze zeer geschikt voor het doel. De geëmployeerde van Gilse deelt echter mede, en hiermede stemt de verklaring van den klerk Mayer overeen, dat de hier ingescheepte emigranten niet werden gehuisvest in de door den Heer Soesman in ogenschouw genomen verblijfplaats, doch in het achtertussendek. Hij heeft zich echter niet van de inrichting dezer ruimte overtuigd, wel de klerk Mayer, die tijdens het embarkement als tolk fungeerde en dientengevolge ook beneden is geweest. Deze deelt mede dat hij den indruk kreeg dat in die ruimte weinig ventilatie was en dat het geheel er vrij onherbergzaam uitzag.
Omtrent de wijze waarop aan de emigranten voedsel enz. werd..